Leervergoeding duaal leren in Vlaanderen (2026): bedragen voor OAO, ODO en ODOS
Volg je in Vlaanderen een duale opleiding in het secundair onderwijs, de leertijd (Syntra), het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso), het volwassenenonderwijs of een graduaatsopleiding, dan leer je het beroep grotendeels op een erkende werkplek. Anders dan bij een gewone schoolstage ontvang je bij duaal leren een wettelijk verplichte leervergoeding van de onderneming. Vanaf 1 juli 2026 bedraagt die bij een overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) € 647,80 (trap A), € 714,80 (trap B) of € 770,60 (trap C) bruto per maand, en bij een overeenkomst van duale opleiding (ODO of ODOS) € 4,70 bruto per uur (Vlaanderen.be).
Op deze pagina staan de actuele bedragen vanaf 1 juli 2026, het verschil tussen een OAO en een ODO/ODOS en de administratieve verplichtingen voor de werkgever (Dimona ALT en Fedris). Zoekt u alle andere stagevormen in België, ga dan naar stage in België (Vlaanderen) of stagevergoeding in België.
1. Tabel leervergoeding duaal leren vanaf 1 juli 2026 (Vlaanderen.be)
De leervergoeding bij een OAO is gekoppeld aan het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) en wordt geïndexeerd wanneer het GGMMI stijgt. Sinds 1 juli 2026 gelden in Vlaanderen deze officiële bedragen (Vlaanderen.be):
| Type overeenkomst en trap | Grondslag van de vergoeding | Wettelijk bedrag (vanaf 1 juli 2026) | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) – trap A | Vast maandbedrag (voor zowel lesuren als uren op de werkplek) | € | 647 | ,80 | per maand |
| Overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) – trap B | Vast maandbedrag (voor zowel lesuren als uren op de werkplek) | € | 714 | ,80 | per maand |
| Overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) – trap C | Vast maandbedrag (voor zowel lesuren als uren op de werkplek) | € | 770 | ,60 | per maand |
| Overeenkomst van duale opleiding (ODO / ODOS) | Uurbedrag (enkel voor werkelijk gepresteerde uren op de werkplek) | € | 4 | ,70 | per uur |
2. Verschil tussen OAO (maandbedrag) en ODO / ODOS (uurbedrag)
Welke overeenkomst en welke leervergoeding gelden, hangt af van de omvang van de werkplekcomponent en de aard van de opleiding (Vlaanderen.be):
- Overeenkomst van alternerende opleiding (OAO): dit is het standaardcontract wanneer de lerende op jaarbasis gemiddeld minstens 20 uur per week op de werkplek wordt opgeleid (zonder rekening te houden met wettelijke feest- en vakantiedagen). De onderneming betaalt een vast maandbedrag volgens trap A (€ 647,80), trap B (€ 714,80) of trap C (€ 770,60). Dat maandbedrag dekt zowel de uren die de jongere op de werkplek presteert als de lesuren op school of bij het opleidingsverstrekkend centrum. Welke trap (A, B of C) van toepassing is, hangt volgens Vlaanderen.be af van het studiejaar, de graad en de behaalde vooropleiding van de lerende; de school of opleidingsverstrekker vermeldt de juiste trap rechtstreeks in de overeenkomst.
- Overeenkomst van duale opleiding (ODO) en overeenkomst van duale opleiding statutair (ODOS): deze overeenkomsten gelden voor duale opleidingen waarbij de werkplekcomponent gemiddeld minder dan 20 uur per week op jaarbasis bedraagt (of voor bepaalde duale trajecten in het buitengewoon secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs, en bij ODOS voor statutaire tewerkstelling bij een overheid). Bij een ODO of ODOS betaalt de onderneming geen vast maandbedrag, maar € 4,70 per werkelijk gepresteerd uur op de werkplek vanaf 1 juli 2026 (Vlaanderen.be).
- Onbezoldigde stageovereenkomst alternerende opleiding (SAO): voor voortrajecten of specifieke observatie- en opleidingsvormen waarbij geen leervergoeding geldt, bestaat een afzonderlijke onbezoldigde overeenkomst.
Rekenvoorbeeld ODO per maand
Presteert een lerende met een ODO-contract in een kalendermaand 4 weken lang telkens 14 uur op de werkplek (in totaal 56 gepresteerde uren), dan bedraagt de bruto leervergoeding voor die maand 56 x € 4,70 = € 263,20 (vanaf 1 juli 2026). Voor de uren op school is bij een ODO geen vergoeding verschuldigd.
3. Verplichtingen voor de werkgever: erkenning, Dimona ALT en verzekering
Een onderneming die een jongere in duaal leren wil opleiden, moet aan specifieke voorwaarden voldoen (Vlaanderen.be, RSZ, Fedris):
- Erkenning als leerwerkplek en aangestelde mentor: het bedrijf moet erkend zijn voor de betreffende duale opleiding en wijst een opgeleide mentor op de werkvloer aan die de lerende begeleidt.
- Dimona-aangifte type ALT en DmfA: de werkgever meldt de lerende voor de start van de overeenkomst elektronisch aan bij de RSZ met Dimona-type ALT (alternerend leren) en neemt de prestaties op in de driemaandelijkse DmfA-aangifte onder het verlaagde RSZ-statuut voor leerlingen in alternerende opleiding (RSZ Administratieve instructies 2026/3).
- Arbeidsongevallenverzekering (kleine statuten Fedris): de werkgever sluit voor de aanvang van de overeenkomst een arbeidsongevallenverzekering af die de lerende dekt op de werkplek, op school en op het traject tussen woonplaats, school en werkplek (Fedris).
Meer over de verschillen tussen de contractvormen en Dimona-codes leest u op stageovereenkomst in België. Zoekt u het Nederlandse tegenhangersysteem in het mbo, vergelijk duaal leren dan met het verschil tussen een bol-stage en een bbl-leerbaan op bol-stage in Nederland.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bedraagt de leervergoeding bij duaal leren in Vlaanderen vanaf 1 juli 2026?
Bij een overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) bedraagt de leervergoeding vanaf 1 juli 2026 € 647,80 per maand in trap A, € 714,80 per maand in trap B en € 770,60 per maand in trap C. Bij een overeenkomst van duale opleiding (ODO of ODOS) bedraagt de vergoeding € 4,70 per werkelijk gepresteerd uur op de werkplek (Vlaanderen.be).
Wanneer geldt een OAO en wanneer een ODO?
Een OAO geldt voor duale trajecten met gemiddeld minstens 20 uur per week opleiding op de werkplek op jaarbasis; de vergoeding is dan een vast maandbedrag (trap A, B of C). Een ODO (of ODOS bij een overheid) geldt onder meer wanneer de werkplekcomponent gemiddeld minder dan 20 uur per week bedraagt; de onderneming betaalt dan € 4,70 per gepresteerd uur op de werkplek.
Worden de lesuren op school ook vergoed bij een OAO?
Ja. Het vaste maandbedrag van de OAO (€ 647,80, € 714,80 of € 770,60 vanaf 1 juli 2026) vergoedt zowel de uren op de werkplek als de lesuren bij de school of opleidingsverstrekker (Vlaanderen.be). Bij een ODO worden alleen de werkelijk gepresteerde uren op de werkplek betaald.
Welke Dimona-aangifte doet de werkgever bij duaal leren?
De werkgever dient voor de start van de overeenkomst een Dimona-aangifte van het type ALT in bij de RSZ en sluit een arbeidsongevallenverzekering af (RSZ, Fedris).
Bronnen
- vlaanderen.be, Vlaanderen.be, Leervergoeding in duaal leren (bedragen OAO en ODO/ODOS vanaf 1 juli 2026)
- socialsecurity.be, RSZ, Administratieve instructies, Stagiairs en leerlingen (Dimona ALT)
- fedris.be, Fedris, Verzekering arbeidsongevallen voor stagiairs (kleine statuten)
- securex.be, Securex, Actuele bedragen stagiairs (2026)