Stagebeoordeling en eindgesprek (2026): rubrics, cijferweging, CGI en bezwaar maken

Aan het einde van je stageperiode bepaalt je stagebeoordeling of je jouw studiepunten (vaak 15 tot 30 EC’s, oftewel een half studiejaar) toegekend krijgt. Veel stagiairs denken dat hun begeleider op het bedrijf het eindcijfer geeft, maar wettelijk ligt dat anders: je praktijkopleider of bedrijfsmentor geeft een zwaarwegend advies over je functioneren op de werkvloer, terwijl uitsluitend de door de examencommissie aangewezen examinator van je opleiding het definitieve eindcijfer mag vaststellen. Met de calculator hieronder bereken je direct je gewogen stagecijfer op basis van je praktijkbeoordeling, je stageverslag en je eindgesprek (of Criteriumgericht Interview), en zie je precies wat je rechten zijn bij een meningsverschil of een onvoldoende.

Stagecijfer, rubric-weging & eindgesprek-calculator (2026)

Alles wat je hieronder invult blijft in je eigen browser; er wordt niets opgeslagen of verstuurd.

Beoordelingsonderdeel & status Weging Bijdrage
Deel 1: Praktijkfunctioneren & leerdoelen (advies stagebegeleider)Weging 40 % · Cijfer 7,5 op 10 (bodemcijfer 5,5 behaald) 40 % 3,00 pnt
Deel 2: Stageverslag & beroepsproducten (oordeel examinator)Weging 40 % · Cijfer 7,0 op 10 (bodemcijfer 5,5 behaald) 40 % 2,80 pnt
Deel 3: Eindgesprek / Criteriumgericht Interview (CGI)Weging 20 % · Cijfer 7,5 op 10 (bodemcijfer 5,5 behaald) 20 % 1,50 pnt
Gewogen eindcijfer stage (schaal 1–10 · Geslaagd, 30 EC toegekend) 30 EC 7,3 eind

Resultaat: Geslaagd met een 7,3 op een schaal van 10. Alle drie de deelonderdelen voldoen aan de ondergrens van 5,5, waardoor de volledige 30 EC (840 studiebelastingsuren) worden bijgeschreven. Met je huidige cijfers voor praktijk (7,5) en verslag (7,0) heb je in het eindgesprek minimaal een 5,5 nodig om te slagen (eindcijfer 6,9) en haal je bij een 8,5 op het eindgesprek een 7,5 als eindcijfer.

Voorbereiding Onderdeel 1 (Eindgesprek & driegesprek op de stageplek): Stuur je ingevulde zelfreflectie, urenstaat en definitieve stageverslag uiterlijk 5 werkdagen vóór het eindgesprek naar zowel je praktijkbegeleider als je stagedocent. Open het gesprek met een korte pitch van 5 minuten waarin je per SMART-leerdoel en beroepscompetentie laat zien welk concreet resultaat je op de werkvloer hebt opgeleverd.

Wettelijk beoordelingskader: Op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW art. 7.12b) en de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB art. 7.2.9 & 7.4.4) mag uitsluitend een door de examencommissie aangewezen examinator van de onderwijsinstelling het definitieve eindcijfer vaststellen. De bedrijfsbegeleider op de werkvloer geeft een zwaarwegend beoordelingsadvies, maar tekent juridisch niet voor de toekenning van studiepunten.

1. Wie bepaalt je stagecijfer en hoe weegt elk onderdeel mee?

In zowel het Nederlandse middelbaar en hoger onderwijs als het Vlaamse hoger onderwijs bestaat de eindbeoordeling van een stage vrijwel altijd uit drie deelbeoordelingen. In vrijwel elke Onderwijs- en Examenregeling (OER) geldt bovendien een bodemcijfer per onderdeel (5,5 op 10 in Nederland; 10 op 20 in Vlaanderen): je kunt een onvoldoende voor je schriftelijke stageverslag dus meestal niet compenseren met een 8,5 van je praktijkbegeleider.

Opleidingsvorm (2026)Deel 1: Praktijkfunctioneren op de werkvloerDeel 2: Stageverslag / beroepsproduct / onderzoekDeel 3: Eindgesprek / presentatie / CGIWie stelt het eindcijfer formeel vast?
Nederland – mbo (bol / bbl)40 % – 50 % (uitvoering BPV-werkprocessen & beroepshouding)30 % – 40 % (BPV-opdrachten & portfolio)20 % (eindgesprek en verantwoording)Examinator van de mbo-instelling (WEB art. 7.2.9 & 7.4.4) na aftekening door het SBB-erkend leerbedrijf
Nederland – hbo meewerkstage40 % (professionele houding, leerdoelen & taken)40 % (stageverslag & STARR-reflectie)20 % (driegesprek op de stageplek)Aangewezen stagedocent / examinator namens de examencommissie (WHW art. 7.12b)
Nederland – hbo afstudeerstage20 % – 25 % (professioneel handelen in de organisatie)50 % (praktijkgericht onderzoek & adviesrapport)25 % – 30 % (mondelinge verdediging & Criteriumgericht Interview / CGI)Eerste én tweede examinator (vier-ogenprincipe, WHW art. 7.12b / NVAO-kader)
Nederland – wo bachelor / master20 % – 25 % (praktijkuitvoering & professionele autonomie)60 % (wetenschappelijk stageverslag of scriptie)15 % – 20 % (eindpresentatie & academische ondervraging)Academisch supervisor / examinator (en tweede lezer bij afstudeeronderzoek)
Vlaanderen – hogeschool / universiteit40 % – 50 % (werkplekbeoordeling door stagementor op 20)30 % (stageportfolio & reflectieverslag op 20)20 % – 30 % (eindgesprek of jurypresentatie op 20)Stagecoördinator / examencommissie van de onderwijsinstelling (Codex HO art. II.141)

2. De 5 rubrics waarop elke stagiair wordt beoordeeld (met voorbeelden)

Hogescholen, universiteiten en mbo-instellingen werken niet meer met één los indrukscijfer, maar met een analytische beoordelingsrubric waarin per criterium staat omschreven welk gedrag hoort bij onvoldoende, voldoende (startbekwaam) en goed / excellent. Dit zijn de vijf standaardcategorieën die je in bijna elk beoordelingsformulier terugziet:

  1. Beroepshouding, betrouwbaarheid en eigenaarschap: Kom je afspraken en werktijden na, bereid je het wekelijkse voortgangsgesprek met je stagebegeleider zelf voor en trek je op tijd aan de bel als een deadline dreigt te verschuiven?
  2. Uitvoering van kerntaken en vakbekwaamheid: Voer je de afgesproken werkzaamheden uit je stageopdracht en Plan van Aanpak na de eerste inwerkmaand zelfstandig, zorgvuldig en volgens de kwaliteitsstandaarden van de organisatie uit?
  3. Methodisch en analytisch vermogen (onderzoek & beroepsproduct): Onderbouw je keuzes in je stageverslag met betrouwbare bronnen, praktijkdata van de afdeling en een navolgbare methode in plaats van losse aannames?
  4. Communicatie en samenwerking in het team: Hoe communiceer je mondeling en schriftelijk met collega’s, klanten of patiënten, en hoe ga je om met opbouwende kritiek?
  5. Zelfreflectie en leervermogen (STARR): Kun je in je verslag en tijdens het eindgesprek kritisch reflecteren op je eigen handelen (Wat deed ik precies, welk effect had dat en wat pak ik de volgende keer anders aan?)?

3. Het eindgesprek en het Criteriumgericht Interview (CGI) voorbereiden

Het afsluitende beoordelingsgesprek duurt meestal 30 tot 60 minuten en vindt plaats in de laatste of voorlaatste stageweek. Afhankelijk van je opleiding heeft dit gesprek de vorm van een driegesprek (jij, je praktijkbegeleider en je stagedocent) of een Criteriumgericht Interview (CGI) met één of twee examinatoren van school:

  • Zo werkt het driegesprek bij een meewerkstage: Je levert uiterlijk 5 werkdagen vóór het gesprek je definitieve stageverslag, je afgetekende urenstaat en het door je praktijkbegeleider ingevulde beoordelingsformulier in. Tijdens het gesprek geef je eerst een korte presentatie van 5 tot 10 minuten over je behaalde SMART-leerdoelen en opgeleverde producten, waarna je praktijkbegeleider en stagedocent per rubric vragen stellen.
  • Zo werkt het Criteriumgericht Interview (CGI) bij een afstudeerstage: Bij een CGI ligt de focus op authenticiteit en diepgang. De examinatoren vragen door op specifieke keuzes in je beroepsproduct of adviesrapport (“Waarom heb je voor deze steekproef gekozen?”, “Welk alternatief heb je overwogen toen afdeling X niet meewerkte?”). Bereid je hierop voor met dezelfde STARR-structuur die je gebruikt bij een sollicitatiegesprek.

4. Wat als je bedrijfsbegeleider een 8 geeft, maar je stagedocent een onvoldoende?

Een van de meest voorkomende frustraties onder stagiairs is een groot verschil tussen het oordeel van de werkvloer en het oordeel van school: je praktijkbegeleider is razend enthousiast omdat je hard hebt meegewerkt (en vult een 8,0 in), maar je stagedocent beoordeelt het stageverslag met een 5,0 omdat de theoretische onderbouwing of de STARR-reflectie ontbreekt.

  • Wie heeft juridisch het laatste woord? Volgens art. 7.12b van de WHW (en art. 7.2.9 jo. art. 7.4.4 WEB) zijn alleen de door de examencommissie aangewezen examinatoren bevoegd om tentamens en stages te beoordelen. Het oordeel van je bedrijfsbegeleider is formeel een extern deskundigenadvies.
  • Motiveringsplicht van de examinator: De stagedocent mag het advies van de praktijkbegeleider op het onderdeel praktijkfunctioneren niet zomaar zonder uitleg terzijde schuiven. Wijkt de examinator af van het bedrijfsadvies, dan moet hij of zij per criterium op het beoordelingsformulier schriftelijk motiveren waarom het eindcijfer lager uitvalt.
  • Hoe voorkom je deze verrassing? Lever halverwege je stage niet alleen je concept-hoofdstukken in bij je bedrijfsbegeleider, maar vraag altijd een formatieve tussenbeoordeling langs de schoolrubric aan bij je stagedocent.

5. Onvoldoende stagebeoordeling: inzage, herkansing en beroep bij het CBE

Krijg je aan het einde van je stage te horen dat je stage of stageverslag als onvoldoende is beoordeeld? Dan heb je als student in Nederland en Vlaanderen sterke procedurele rechten:

Stap & rechtsmiddelWettelijke basis & termijn (2026)Wat je concreet moet doen
1. Recht op inzage en gemotiveerde nabesprekingWHW art. 7.13 lid 2 sub p & q (binnen de termijn in je OER, doorgaans 5 tot 10 werkdagen)Vraag direct het volledig ingevulde beoordelingsformulier met de puntentelling en geschreven toelichting per rubric-onderdeel op bij je examinator
2. Recht op reparatie of herkansing van het verslagVastgelegd in de OER van je opleiding (minimaal 1 herkansingsmogelijkheid per studiejaar)Is je praktijkfunctioneren op de werkvloer voldoende (≥ 5,5), maar je verslag onvoldoende? Dan hoef je de stage-uren op de werkvloer niet opnieuw te lopen en mag je het verslag verbeteren
3. Verbod op een onverwachte onvoldoende (zorgvuldigheidsbeginsel)Vaste jurisprudentie CBE & College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (nu Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State)Heeft het bedrijf of de opleiding tijdens de tussentijdse evaluatie geen enkele waarschuwing gegeven en geen verbeterkans geboden? Dan houdt een plotselinge eind-onvoldoende voor praktijkfunctioneren bij de examencommissie of het CBE zelden stand
4. Nederland – administratief beroep bij het CBEWHW art. 7.61 (hbo/wo) of WEB art. 7.5.2 (mbo): binnen 6 weken na bekendmaking van het cijferDien via het digitale loket van je hogeschool, universiteit of ROC een gemotiveerd beroepschrift in bij het College van Beroep voor de Examens (CBE); het CBE verplicht eerst tot een minnelijke schikkingspoging binnen 3 weken
5. Vlaanderen – intern beroep bij de examencommissieCodex Hoger Onderwijs art. II.283: binnen een vervaltermijn van 7 kalenderdagen na kennisgeving van het resultaatDien aangetekend of via de elektronische procedure uit het onderwijs- en examenreglement (OER) een verzoekschrift tot intern beroep in; daarna staat beroep open bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen

Dreigt een conflict al halverwege de stage te escaleren of wil het bedrijf de overeenkomst tussentijds verbreken? Bekijk dan direct het stappenplan op stage voortijdig stopzetten, ziekte en verlof.

Veelgestelde vragen

Wie bepaalt uiteindelijk mijn stagecijfer: mijn begeleider op het bedrijf of mijn docent van school?

Wettelijk stelt altijd de examinator van je onderwijsinstelling (je stagedocent of afstudeerbegeleider, aangewezen door de examencommissie op grond van WHW art. 7.12b of WEB art. 7.2.9 & 7.4.4) het definitieve eindcijfer vast. Je praktijkopleider of bedrijfsbegeleider vult het beoordelingsformulier voor je praktijkfunctioneren in als zwaarwegend advies, dat afhankelijk van je opleiding voor 25 % tot 50 % meeweegt in het eindcijfer.

Kan ik een onvoldoende voor mijn stageverslag compenseren met een hoog cijfer voor mijn praktijkwerk?

Bij vrijwel alle Nederlandse mbo-, hbo- en wo-opleidingen (en Vlaamse hogescholen) niet. In de Onderwijs- en Examenregeling (OER) staat vrijwel altijd dat zowel het praktijkgedeelte op de werkvloer als het schriftelijke stageverslag én het eindgesprek afzonderlijk minimaal een 5,5 (of 10 op 20 in Vlaanderen) moeten zijn voordat de studiepunten worden toegekend.

Moet ik mijn hele stage opnieuw lopen als mijn stageverslag onvoldoende is?

Nee, zolang je praktijkfunctioneren op de werkvloer met een voldoende is afgetekend en je aan de verplichte ureneis hebt voldaan, blijven je gelopen stage-uren gewoon staan. Je krijgt dan binnen het herkansingskader van je opleiding de gelegenheid om je stageverslag of beroepsproduct aan de hand van de feedbackrubric te herschrijven en opnieuw in te leveren.

Mag ik aan het einde van mijn stage plotseling een onvoldoende krijgen zonder eerdere waarschuwing?

Nee. Volgens de onderwijsreglementen (OER) en vaste rechtspraak van de Colleges van Beroep voor de Examens (CBE) is het tussentijdse evaluatiegesprek halverwege de stage precies bedoeld om tijdig bij te sturen. Als je halverwege een voldoende beoordeling kreeg en er daarna nooit schriftelijk is gewaarschuwd dat je onder de maat presteert, kun je een onverwachte eind-onvoldoende voor je praktijkfunctioneren met succes aanvechten bij de examencommissie of het CBE.

Wat is een Criteriumgericht Interview (CGI) bij een stage of afstudeeropdracht?

Een Criteriumgericht Interview (CGI) is een gestructureerd mondeling beoordelingsgesprek van 30 tot 45 minuten waarin één of twee examinatoren aan de hand van de STARR-methode (Situatie, Taak, Actie, Resultaat, Reflectie) toetsen of je de vereiste beroepscompetenties daadwerkelijk beheerst en of je jouw stageproduct zelfstandig hebt gemaakt.

Hoe maak ik bezwaar tegen een onterechte of oneerlijke stagebeoordeling?

Vraag eerst binnen 5 werkdagen het volledig ingevulde rubric-beoordelingsformulier en een mondelinge toelichting (inzage- en nabesprekingsrecht, WHW art. 7.13) op bij je examinator. Kom je er samen niet uit, dan kun je in Nederland binnen 6 weken na de officiële cijferregistratie beroep aantekenen bij het College van Beroep voor de Examens (CBE, WHW art. 7.61 / WEB art. 7.5.2). In Vlaanderen moet je binnen 7 kalenderdagen na bekendmaking van het resultaat een intern beroep indienen volgens de OER-procedure (Codex Hoger Onderwijs art. II.283).

Bronnen

  • wetten.overheid.nl, Wetten.overheid.nl, Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW art. 7.12b taken examencommissie, art. 7.13 OER-inzage en art. 7.61 College van Beroep voor de Examens)
  • wetten.overheid.nl, Wetten.overheid.nl, Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB art. 7.2.9 beoordeling BPV, art. 7.4.4 examinering en art. 7.5.2 Commissie van beroep voor de examens mbo)
  • nvao.net, Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), Beoordelingskader hoger onderwijs (borging eindniveau en vier-ogenprincipe)
  • lsvb.nl, Landelijke Studentenvakbond (LSVb), Studentenhelplijn – Bezwaar en beroep tegen beoordeling bij het CBE
  • codex.vlaanderen.be, Vlaamse Codex, Codex Hoger Onderwijs (art. II.221 examenreglement en art. II.283 intern beroep en Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen)